IGP / IPO

I.G.P  (Internationale Gebruikshonden Prüfungsordnung) 

Het IGP programma, is een wedstrijd sport. Uiteraard kan men ook hiervoor trainen zonder aan wedstrijden deel te nemen. Voor elk niveau krijgt men een officieel examen welke bestaat uit de onderdelen

    • A. Speuren,
    • B. Appel en
  • C. Manwerk.

Het IGP kent drie oplopende diploma’s, dus: IGP I, IGP II en IGP III

  • Afdeling (A): het speuren
    Bij het speuren voor het IGP programma wordt de hond geleerd om via een aantal rechte lijnen en hoeken van 90° een vooraf gelopen traject na te lopen. De hond, een dier dat voornamelijk in een geurenwereld leeft, kan met behulp van zijn neus de ontstane geuren, die gevormd worden bij het uitlopen van het traject, herkennen en dus met zijn neus dicht bij de grond zo het traject nalopen. Op dit zogenaamde “spoor” worden door de “spoorlegger” een aantal voorwerpen neergelegd. Deze voorwerpen worden door de hond herkend vanwege de geur die de spoorlegger aangebracht heeft. Dit aanbrengen van geur gebeurt al door het voorwerp vast te pakken. Elke hond kan van nature speuren, maar in de natuur zal hij anders speuren/ zoeken dan in het IGP programma, waar hij zoals gezegd een bepaald, voorgeschreven patroon moet naspeuren.

    Royal Creek Let it Be Pronto

    Bij IGP I is het uit te werken traject een patroon dat door de geleider zelf wordt uitgelopen met daarop twee voorwerpen van de geleider.
    Bij IGP II en III wordt de moeilijkheid verhoogd en wordt het traject uitgelopen door een vreemde spoorlegger en worden ook voorwerpen gebruikt die niet van de geleider zijn.

  • Afdeling B: het appel gedeelte 

De verschillende oefeningen zijn:

IGP I: ( In het appel gedeelte wordt er geschoten dus de hond moet schot vast zijn)
– Vrij volgen
– Zit uit de beweging
– Afleggen met voorroepen
– Apporteren over de grond
– Apporteren over de haag
– Apporteren over de klimschutting
– Vooruitzenden met afleggen
– Afliggen met afleiding

IGP II:
– Vrij volgen
– Zit uit de beweging
– Afleggen met voorroepen
– Staan blijven in normale pas
– Apporteren over de grond
– Apporteren over de haag
– Apporteren over de klimschutting
– Apporteren over de haag
– Apporteren over de klimschutting
– Vooruitzenden met afleggen
– Afliggen met afleiding

IGP II:
– Vrij volgen
– Zit uit de beweging
– Afleggen met voorroepen
– Staan blijven in looppas
– Apporteren over de grond
– Apporteren over de haag
– Apporteren over de klimschutting
– Vooruitzenden met afleggen
– Afliggen met afleiding

  • Afdeling (C) Manwerk of Pakwerk.
    Bij het manwerk wordt de hond niet alleen getest op belastbaarheid, drift en moed maar vooral laat zien dat de hond goed onder controle van de baas staat!

De hond moet naast het goed gehoorzaam zijn, vooral goed onder appel staan. Het revieren – aanblaffen  – bewaken – transport zijn appel oefeningen. Enkel bij de overval, vlucht verhinderen en afstand stellen is “bijten” toegestaan. De hond dient DIRECT te lossen zodra een commando gegeven wordt of zodra het gevecht gestaakt wordt.

Tijdens een training wordt er meer “gebeten” dan tijdens een examen.